Gezond en veilig leren werken: hoe doet u dat op school?

Lees ook tips voor de praktijk

Nieuw: keuzedeel ‘Blijvend fit, veilig en gezond werken’

Vanaf het schooljaar 2016-2017 kunnen mbo-scholen het keuzedeel ‘Verdieping blijvend fit, veilig en gezond werken’ aanbieden. In dit keuzedeel leert de student bewust fit, veilig en gezond te werken. Zo heeft hij tijdens zijn hele loopbaan minder kans op een arbeidsongeval of fysieke of psychische gezondheidsschade. Na het keuzedeel kan de student zijn eigen gezondheid én die van anderen positief beïnvloeden en bewaken. Door zijn eigen vaardigheden, en door regels en afspraken goed na te (laten) leven. Het keuzedeel gaat ook in op het voeren van gesprekken met leidinggevenden en collega's over fit, veilig en gezond werken. Dit alles leidt tot duurzame inzetbaarheid.

Op de website van het Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven vindt u uitgebreide omschrijvingen van dit keuzedeel voor niveau 2 en niveaus 3 en 4.

Gezond en veilig werken in het praktijklokaal

In de RI&E van de school moet u opnemen welke risico’s zich in praktijklokalen kunnen voordoen, en de maatregelen die u daartegen neemt. U kunt studenten laten kennismaken met risico’s van het vak door hier aandacht aan te besteden tijdens de les. Bijvoorbeeld het werken met machines.

Kwalificatiedossiers

Elke opleiding heeft een kwalificatiedossier. Daarin staan de eisen waaraan een student moet voldoen om zijn diploma te halen. De kwalificatie-eisen sluiten aan op de kennis en vaardigheden die bedrijven nodig hebben. Soms staan eisen aan gezond en veilig werken in kwalificatiedossiers van metaalopleidingen. Zo zegt het kwalificatiedossier voor de opleiding ‘Allround lasser’ (niveau 3):

“Hij is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en is medeverantwoordelijk voor de veiligheid van zijn collega’s. Hij is verplicht de voorgeschreven veiligheidsmiddelen te gebruiken en ziet erop toe dat anderen die ook gebruiken. Wanneer hij onveilige situaties ontdekt, meldt hij deze bij zijn leidinggevende en neemt zelf de nodige maatregelen om de onveilige situaties te verhelpen. Hij werkt volgens arbovoorschriften en geldende bedrijfsregels ten aanzien van veiligheid, welzijn en milieu.”

Vervolgens laat het dossier zien dat de student bij álle handelingen de veiligheidsvoorschriften moet kunnen toepassen. U vindt alle kwalificatiedossiers op kwalificaties.s-bb.nl.

Loopbaan en burgerschap

‘Loopbaan en burgerschap’ is een verplicht vak voor alle mbo-studenten. Het vak bereidt hen voor op een goed functioneren in de maatschappij en in hun beroep. Het onderdeel ‘vitaal burgerschap’ gaat over gezond leven. U kunt dus ook binnen dit vak aandacht besteden aan gezond en veilig werken. Van voldoende beweging tot het vermijden van gehoorschade, van gezond eten tot het voorkomen van ongelukken.

U leest meer over ‘Loopbaan en burgerschap’ op de website van de mbo-raad en in de pdf Leren, loopbaan en burgerschap van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

Het diploma Basisveiligheid VCA: niet verplicht, wel gewenst

Het diploma Basisveiligheid VCA laat zien dat iemand:
- de wetten en regels over veiligheid kent;
- onveilige situaties herkent;
- weet wat hij moet doen om ongevallen te voorkomen.

Dit VCA-diploma is geen verplicht onderdeel van mbo-opleidingen. Toch eisen steeds meer bedrijven het diploma wél van hun medewerkers. Ook van studenten en stagiaires. Daarom kan een mbo ervoor kiezen om het VCA-diploma onderdeel te maken van hun onderwijs. Dat is goed voor de veiligheid én de loopbaankansen van studenten.